Boek

Hoor nu mijn stem

Hoor nu mijn stem
×
Hoor nu mijn stem
Boek

Hoor nu mijn stem

Nederlands
2017
Volwassenen
Ina verloor op driejarige leeftijd haar ouders en groeit op bij haar opa en zijn twee ongetrouwde zussen Ma en Sjaan. Deze 'familie' bewandelt de oude paden van het gereformeerde geloof, en de jonge, ambitieuze Ina probeert te klimmen op de trappen van Gods genade, zoals haar lichtende voorbeeld tante Ma. Naarmate ze volwassen wordt, lonkt ook de maatschappelijke ladder, die gemakkelijker te bekli…
Ina verloor op driejarige leeftijd haar ouders en groeit op bij haar opa en zijn twee ongetrouwde zussen Ma en Sjaan. Deze 'familie' bewandelt de oude paden van het gereformeerde geloof, en de jonge, ambitieuze Ina probeert te klimmen op de trappen van Gods genade, zoals haar lichtende voorbeeld tante Ma. Naarmate ze volwassen wordt, lonkt ook de maatschappelijke ladder, die gemakkelijker te beklimmen lijkt. Zal ze haar milieu ontstijgen of belooft ze trouw aan God? Wat doet het met je wanneer je merkt dat men op jouw plek liever iemand anders ziet? Gina, zelfverklaard beste radio-interviewer van Nederland, verliest in korte tijd haar baan, haar geliefde en haar waardigheid. Haar leven lang heeft ze geïnformeerd naar de ideeën en de binnenwereld van anderen. Maar hoe staat het met haar eigen innerlijk? In deze nieuwe, psychologische roman geeft Franca Treur een stem aan vrouwen uit dat deel van onze samenleving waar een vrouw niet vaak wordt gehoord. Franca Treur (1979) is schrijver van romans, verhalen, essays en columns. Ze debuteerde met het bekroonde en verfilmde Dorsvloer vol confetti, dat speelt in een bevindelijk gereformeerd milieu (meer dan 150.000 verkochte exemplaren). Later volgden De woongroep, het Zeeuwse Boekenweekgeschenk Ik zou maar nergens op rekenen en een bundeling van de piepkleine psychologische verhalen X&Y, die ze schreef voor NRC Handelsblad. Over Dorsvloer vol confetti: 'Uitzonderlijke, tijdloze roman van een schrijfster in hart en nieren.' JURYRAPPORT SELEXYZ DEBUUTPRIJS 'Wijs en vermakelijk boek.' NRC HANDELSBLAD **** 'Een boek boordevol informatie over een wijze van leven, met prettige beschrijvingen en uitdrukkingen.' HET PAROOL **** 'Betoverende roman.' DE VOLKSKRANT **** Over De woongroep: 'Meerlagige roman vol dubbele bodems waar je aanvankelijk los over leest.' KNACK Over X&Y: 'Treur beziet, accepteert en viert de oneffenheden en onzekerheden in mensen en hun relaties. Ze laat haar gewone mensen, hoe herkenbaar ook, toch allemaal anders zijn.' NRC HANDELSBLAD

De Morgen

Iemand die haar plaats niet kende
Dirk Leyman - 04 oktober 2017

Een roman over een vrouw die zich ontworstelt aan een streng gereformeerd Zeeuws milieu? Dan denk je onmiddellijk aan Franca Treur (°1979). Uit het niets kwam ze in 2009 de literatuur binnengedenderd met Dorsvloer vol confetti. In deze autobiografisch geïnspireerde roman beschreef Treur laconiek het doen en laten in een hyperorthodoxe boeren-familie op het eiland Walcheren, vanuit het perspectief van de 12-jarige Katelijne.

Meteen leek Treur zich in het kielzog te nestelen van Maarten 't Hart, Jan Wolkers en Jan Siebelink. In ieder geval werd 'die roman met die rare titel' een van de meest bejubelde en best verkochte Nederlandse debuten van het laatste decennium. Onder alle mediaheisa bewaarde Treur haar sangfroid. Al merkte je de pudeur bij het schrijven van een opvolger.

Met haar voorzichtig ontvangen tweede roman De woongroep (2014) nam Treur afstand van de 'reforoman'. Ze gooide het over een andere boeg met een verhaal dat zich afspeelde in Amsterdam, waar content manager Eleonoor zich bij een woongroep aansloot in de hoop haar relationele onrust te bedwingen. Met het enigszins voortkabbelende boek leek ze de kluisters van 'de Heere', zoals God bij de gereformeerden wordt genoemd, voorgoed te hebben afgegooid.

Barsten in het harnas

Niets is minder waar. Treurs derde roman Hoor nu mijn stem is een complete terugkeer naar het diep protestantse milieu van haar jeugd. Opnieuw staat een vrouw centraal die zich langzaam loswringt van de zo doortastende rituelen van de gereformeerde gemeenschap. Ina - die later Gina zal komen te heten - verliest op 3-jarige leeftijd haar ouders bij een ongeval en wordt opgevoed door haar opa en diens zussen Tante Ma en Tante Sjaan. Vooral Tante Ma is behoorlijk streng in de leer, 'de coherentie van haar eigen gedachtewereld was onaantastbaar' (...) 'Tante Ma was familie, maar meer nog was ze een soort verlengstuk van de kerk, belichaming van de voorzeide leer, waar alles aan werd afgemeten.'

Aanvankelijk wil Ina te allen prijze voldoen aan de godsdienstige oekazes van haar stiefouders, 'alsof de Heere iets bijzonders met mij voorhad'. Maar er komen al snel barsten in het harnas. Wanneer opa haar op zijn sterfbed opdraagt om te trouwen met Arco, voert ze langzame obstructie. Liever gaat ze met de iets wereldser Gerard en zijn familie naar Zwitserland, wat haar veel overredingskracht kost bij Tante Ma. Maar ook met hem loopt het spaak. Uiteindelijk gaat ze psychologie studeren in Leiden, waar ze zich veiligheidshalve aansluit bij de gereformeerde studentenvereniging Armaturam Dei.

Parallel met dit coming-of-ageverhaal bouwt Treur een tweede verhaallijn uit van de intussen 40-jarige en 'bevrijde' Gina, die vanuit Amsterdam de trein neemt om terug te keren naar Zeeland, waar de zieke Tante Ma haar laatste dagen lijkt door te maken. Gina is een geprezen radiojournaliste en presenteert de talkshow Kunst en kunde, waar ze gasten van diverse pluimage voor de microfoon krijgt. 'Natuurlijk, haar rol was een dienende. Zij liet anderen aan het woord. Maar haar positie was niet neutraal, ze had wel degelijk een toonaangevende stem.'

Grotere mildheid

Helaas verkruimelt haar wereld zienderogen, mede door onvatbaar en pathetisch gedrag. Haar vriend Jean-Paul geeft haar de bons. Pas dan beseft Gina hoezeer ze van hem hield. Ze verliest haar baan en wordt opzijgezet door collega-eindredacteur Julian, van wie ze de ambities niet meteen in de gaten had.

Aan ijltempo voltrekt zich de desintegratie van haar leven. Is het dan toch zinvol om je terug te trekken in je eigen innerlijke universum? Gina bestempelt zichzelf al op jonge leeftijd als een aanstelster: 'Het punt was: ze hield niet van zichzelf en ze zat ermee. Ze was ijdel en haatte die ijdelheid. Ze was slim, vond anderen dom, ontmoette vervolgens tien keer slimmere mensen en voelde zich door hen op haar nummer gezet. Ze was, kortom, iemand die iemand wilde zijn, maar keer op keer een aanstelster bleek. Iemand die haar plaats niet kende.'

Treur laat de twee sporen van haar roman langzaam met elkaar interfereren, maar echt overtuigend is dat niet. Te vaak lijken bepaalde hoofdstukken een herhaling van zetten uit Dorsvloer vol confetti. Zeker de schets van de gereformeerde gemeenschap kampt met enige voorspelbaarheid, ondanks de vertelfinesse en de talloze sprekende details.

Veel interessanter is wat Treur aanvangt met de geschiedenis van de 'volwassen' Gina, die op lucide wijze haar leven analyseert, maar toch niet in staat is ernaar te handelen. De cocktail van schuldgevoelens, verdrongen leed en blijvende beheksing door het geloof is bij momenten erg prangend neergezet. Valt ze dan toch altijd weer tussen wal en schip? 'De plek die ze had toebedeeld gekregen, had ze niet naar behoren vervuld, en haar was alweer de mond gesnoerd. Ze keek om zich heen. In dit huis had nog nooit een stem uit de ether geklonken, nooit een andere dan de stem van God. Ze was weer terug bij af.'

Zeker is dat Treur met deze derde roman opnieuw aan metier heeft gewonnen. Ook spreekt er een grotere mildheid uit tegenover de gereformeerde scherpslijperij. Treur vergast ons verder regelmatig op indringende bespiegelingen over de ratrace in medialand of weeft licht komische theologische disputen aan de universiteit in.

Maar haar roman kampt met langdradigheid. Minstens vijftig pagina's mochten door een attente redacteur zo uit het boek gemieterd worden. Hoor nu mijn stem is net als De woongroep het verhaal van een zoekend en rondtastend personage dat nog lang niet in het reine is met zichzelf. Helaas slaagt Treur er onvoldoende in om je écht betrokken te laten voelen bij het gepieker van hoofdpersonage (G)ina.

De Standaard

Toegang tot de hemel
Maria Vlaar - 09 november 2017

Dertien verschillende gereformeerde geloofsgemeenschappen telt Nederland; de vrijzinnige, evangelistische, apostolische en pinksterbeweging niet meegerekend. Hoewel het een goeddeels atheïstisch land is waarin de katholieke kerk al helemaal aan belang heeft ingeboet, zijn nog minstens twee miljoen Nederlanders lid van een protestante kerk. Franca Treur (38) is opgegroeid op een orthodox-gereformeerd Zeeuws eiland en debuteerde in 2009 met de roman Dorsvloer vol confetti (150.000 exemplaren). In haar derde roman, Hoor nu mijn stem, keert ze terug naar de omgeving van haar jeugd. Gina, die net als Franca Treur zelf na de gereformeerde middelbare school naar Leiden verhuist om psychologie te gaan studeren, valt onder invloed van haar studie en niet-gereformeerde vrienden af van haar geloof.

De geloofsdenominatie die Treur beschrijft, is de 'gereformeerde gemeenten', een afsplitsing van het protestantisme waarin de zonde centraal staat. Iedere kerkganger moet zich houden aan strikte regels - de vrouwen mogen alleen lange rokken aan, televisie is uit den boze, absolute zondagsrust, etc. Deze 'bevindelijken' hopen om innerlijk 'bekeerd' te worden, wat slechts voor een klein deel van hen is weggelegd: zij mogen meedoen aan het Heilig Avondmaal en zijn verzekerd tot toegang tot de hemel. Zonder deze 'mystieke verlossingservaring' waarbij eerst 'flessen vol tranen' moeten worden vergoten voor gedane zonden, is er geen genade. De gelovige moet eerst immens lijden, om vervolgens 'een nieuw hart' te krijgen. Intussen ligt Satan op de loer. Gina's lieve, grappige en zeer gelovige opa kende nooit zo'n persoonlijke belijdenis, en moet dan ook de eeuwigheid in de hel doorbrengen, brandend in het vuur.

Ik en ze

Hoor nu mijn stem is Gina's levensverhaal, maar ook een liefdesgeschiedenis - een minder interessant deel van de roman, omdat Treur hier omslachtig en soms te expliciet een overbekend verhaal vertelt. In de hoofdstukken waarin 'ik' aan het woord is, gelooft Gina nog, maar in de 'ze'-hoofdstukken niet meer. Ze is dan tegen de veertig en uitgegroeid tot succesvol radiopresentator, een medium dat nooit beluisterd wordt in haar geboortedorp. Haar vriend heeft haar afgewezen en op haar werk blijkt men niet tevreden. Bovendien heeft ze meegewerkt aan een goede-doelen-televisieprogramma waarin haar lange haar is afgeschoren, en in plaats van complimenten is afkeuring haar deel. Ze voelt zich net als vroeger buitengesloten en overdenkt haar leven in de trein naar haar geboortedorp, waar ze is opgevoed door haar opa en zijn twee zussen. Haar ouders zijn omgekomen bij een auto-ongeluk en in haar hoofd heeft zich vastgezet dat dat haar schuld was. Gina, toen nog een peuter, had zich 'aangesteld' en dat had een keten van gebeurtenissen ingezet die leidden tot het ongeluk.

Gina beseft dat ze veel gewonnen heeft bij haar geloofsafval. Ze is het echte leven ingedoken, heeft hard gewerkt, veel meegemaakt en liefgehad. Maar wat heeft ze verloren door haar geloof achter zich te laten? Thuis neemt ze de mantelzorg op zich voor haar tante en dringen de herinneringen zich op.

In die beelden van vroeger zit de kracht van de roman: je belandt in een exotische wereld waarin woorden rondwaren waarvan je nooit gehoord hebt als je niet bij een van de 100.000 leden van de gereformeerde gemeenten behoort. Een ontdekkingstocht. Een 'naamchristen' bijvoorbeeld is een christen die zich wel zo noemt, maar niet écht gelooft. De 'knersing der tanden' is de 'buitenste duisternis' van de hel waarin bijna alle mensen na hun dood voor eeuwig belanden, gedoopt voorhoofd of niet. Lezers kennen deze wereld via de romans van Jan Siebelink en Maarten 't Hart, maar hier is een jonge vrouw aan het woord, voor wie het nog beklemmender is dan voor mannen. Haar voorland is het aanrecht. Deze gelovigen stemmen SGP, de politieke partij met drie parlementszetels, die pas in 2013 onder dwang van de rechter aan vrouwen dezelfde politieke rechten als aan mannen toebedeelde. Wat Treur ook toevoegt is humor: ze heeft een aangename toon en neemt zichzelf geregeld op de hak. 'Zei ik al dat ik hypocriet was?' vraagt Gina bijvoorbeeld. Ook het verslag van een reisje naar Zwitserland met haar eerste verkering en zijn gereformeerde familie is licht en geestig.

Gina heeft haar geloof achter zich gelaten, maar daarmee ook haar hoop op vergeving. Ze mist 'iets wezenlijks' en het gebrek aan overgave fnuikt haar op een haar na. Treur eindigt haar mooie en authentieke verhaal over het samenkomen van twee totaal verschillende werelden met Gina, in ontroering en liefde naast haar stervende tante. Toch nog iets van verlossing.

Prometheus, 320 blz., 22,50 €.

De Volkskrant

Het kenmerkende Treur-gevoel, de ongewone combinatie van bevrijding en verlies, komt nog beter dan voorheen naar voren
Arjan Peters - 07 oktober 2017

'Arco had intussen de tractor de dorsvloer op gereden.' Een gewone plattelandszin, maar op pagina 49 van de nieuwe roman Hoor nu mijn stem van Franca Treur (Meliskerke, 1979) is dat ook een teken van herkenning. Haar succesvolle debuutroman van acht jaar geleden heette immers Dorsvloer vol confetti, en ging over het meisje Katelijne Minderhoud uit een grote bevindelijke Zeeuwse boerenfamilie, en haar streven om een eigen taal en verhalen buit te maken op de eendrachtig beleden psalmen en Bijbelse uitdrukkingen uit de Statenvertaling, editie-Jongbloed uit 1888.

Even denken we weer thuis te zijn, nadat Treur met de mindere roman De woongroep (2014) en de sublieme schetsen in X & Y (2016) afstand van haar achtergrond leek te hebben genomen. En natuurlijk, er zijn overeenkomsten tussen Katelijne uit Dorsvloer vol confetti, en Gina Wisse die we volgen in Hoor nu mijn stem, welke titel zowel verwijst naar Jethro in het Oude Testament (Exodus 18:19) als naar de middelbare scholiere die als dertiger radiopresentatrice is geworden, maar Hilversum en haar woonplaats Amsterdam laat voor wat het is wanneer haar Zeeuwse oudtante Ma aan onbehandelbare kanker lijdt en het niet lang meer maakt.

Maar nog beter dan voorheen is nu te zien dat het in ál Treurs boeken om hetzelfde gaat; waar hoor je bij, hoe conformeer je je aan een groep zonder jezelf kwijt te raken, hoe kun je een relatie hebben zonder een rol te spelen, hoe werp je het geloof af zonder ermee te hoeven afrekenen, en hoe aanlokkelijk is de zogenaamd vrije wereld eigenlijk, waarin je jezelf maar moet zien te redden?

Al vroeg is Gina wees geworden doordat haar ouders een verkeersongeluk kregen, en werd ze opgevoed door een opa en de twee oudtantes Ma en Sjaan. Je voelt je al opgesloten als je daaraan slechts denkt, maar Gina heeft vrolijke onderonsjes met opa en kijkt met een mengeling van verbazing, ergernis en spotlust naar de oude vrijsters die varen op Gods Woord.

Wat haar telkens weer treft, als kind en als volwassene, is de stilte. 'Geluisterd werd er alleen naar het ruisen van elkaars zenuwen.' 'We luisterden naar het gereutel in de cv-leidingen.' Halverwege het boek dondert de dominee van de kansel: 'Jonge mensen, als sommigen van jullie op zaterdagavond op plaatsen komen waar lawaai is en verderf, bedenk dan dat het de stilte is waarin de Heere tot je spreekt. We vergeten dat zo vaak, we leven vaak zo gemakkelijk.'

'Gina snoof zacht', schrijft Treur dan, 'er was nog helemaal niks veranderd.'

Intussen is het wedervaren van Gina in omroepland ook niet alles: haar baantje wordt meteen ingepikt zodra ze iets langer dan afgesproken voor haar oudtante wil zorgen, en wat hééft ze vaak kunstenaars moeten interviewen die zo vervuld zijn van zichzelf dat ze 'Sterf!' kon denken. De liefde biedt haar vooralsnog ook geen soelaas - de mannen in dit boek hangen er zo'n beetje bij, ongeveer zoals vrouwen er in veel boeken van mannelijke auteurs zo'n beetje bij bungelen.

Als Gina na het volgen van colleges bij de atheïstische hoogleraar Van den Akker door fundamentele geloofstwijfel wordt besprongen, komt het alternatief haar schrikwekkend kaal voor: 'Wie wilde er nu een absoluut werkelijke wereld?'

Erg goed zijn de vlijmende miniportretjes die Treur door de roman strooit, en die doen denken aan X & Y. Studente Gina verhuist naar een ander studentenhuis: 'Het probleem was één meisje dat met iedereen over zichzelf wilde praten. Dat meisje was één groot tekort. Ze had heel veel anderen nodig om dat tekort aan te vullen, en dat maakte haar helaas onuitstaanbaar.'

Of de typering van wijlen de opgeruimde vrouw Jochemse met haar voorliefde voor roombotercake: 'Ze was de laatste jaren erg zwaar geworden, maar dat had haar er niet van weerhouden de eeuwigheid in te vliegen.'

Haar refoverleden heeft Gina op haar 22ste van zich af gegooid als een jas die uit de mode was. 'De zak van Max was het huis uit, om het eens leuk te zeggen.' Door Gina te laten zeggen dat dat leuk gezegd is, bewijst Treur zelf een stuk leuker te zijn.

Je moet jezelf redden, wordt haar hoofdpersoon duidelijk, en dat maakt haar tegelijk opgelucht en gedeprimeerd. De ongewone combinatie van bevrijding en verlies is het kenmerkende Treur-gevoel.

'Weet je wat gek is, zei Gina. Ik hóór hier de hele tijd van alles', zijn de laatste regels van hoofdstuk 23. Misschien zo gek niet, denkt de lezer, starend naar de leegte op de rest van de pagina. Stilte is een voorwaarde om iets te kunnen horen; de stem van een ander, of die van jezelf.

****

Prometheus; 350 pagina's; € 22,50.

Knack

Schuld en boete in de Zeeuwse polders
Marnix Verplancke - 11 oktober 2017

Gina, presentatrice van het populaire Kennis en Kunde , dat iedere dag in primetime op Radio 1 wordt uitgezonden, werkt mee aan het tv-programma Haar voor Haar . Voor de ogen van een half miljoen kijkers zet een kapper de schaar in haar rijkelijke dos, waarna die verwerkt zal worden tot een pruik voor een door kanker getroffen vrouw. Gina doet dit echter niet zozeer uit naastenliefde als wel in de hoop dat haar vroegere partner Jean-Paul haar zal zien, haar offer zal begrijpen, de blonde del waarvoor hij haar verliet in de steek zal laten en terug bij haar zal komen.

Ooit interviewde ze de ornitholoog over een artikel dat hij had geschreven over het lombardeffect bij zangvogels. Die blijken in de stad luider en hoger te zingen dan op het platteland. Soms is het zelfs zo erg dat ze elkaar niet kunnen verstaan. Misschien zijn mensen wel net als vogels.

Want laat het nu precies op dat platteland zijn dat Gina opgroeide, in een klein Zeeuws en streng protestants boerendorp. Toen Ina, zoals ze toen nog heette, drie was, kwamen haar ouders om bij een auto-ongeluk. Het meisje werd geadopteerd door haar opa en zijn twee diepgelovige zussen Ma en Sjaan. Tanta Ma vertelde hoe ze een ‘aanbiddelijke’ nacht had meegemaakt waarbij ze gemeenschap der heiligen had met de ontslapen ziel van haar oude vriend Jan. O zo zoet en wonderlijk was dat, zei ze, terwijl ze peinzend de verte in keek alsof er nog een restje Jan-ervaring in de lucht hing. Tante Sjaan was dan weer een stuk minder mededeelzaam. In feite hoorde Ina haar alleen wanneer haar maag begon te rommelen aan tafel, of terwijl ze bezig was zedelijke rokken te naaien omdat de duivel alle modekoningen in zijn klauwen had gekregen. ‘Op sommige avonden leek het erop dat geen van drieën ooit nog overeind ging komen, ’ denkt Ina later, terugkijkend op die tijd, ‘alsof de ondergang van de wereld al was geweest en ik alleen was overgebleven met de leeggelepelde advocaatglaasjes.’

In Hoor nu mijn stem stikt het van deze uiterst citeerbare zinnen. Keer op keer weet Franca Treur een situatie in een paar sprekende beelden te vatten, waarna ze op zoek gaat naar de psychologische inhoud ervan. Immers: net zoals haar vorige twee romans gaat ook deze nieuwe over de onmogelijke situatie waarin de hedendaagse mens is beland. Hij kan zich niet meer onderwerpen aan de strenge discipline en de onvoorwaardelijke overgave die god eist. Geloven kan niet meer, beseft Gina na een cursus schriftkritiek waarin de Bijbel gedeconstrueerd wordt, maar wat dan dreigt, is de eindeloos gapende kloof van spirituele leegte die zo typerend lijkt voor onze samenleving.

Hoor nu mijn stem is een roman over ontworteling, schuld en boete, want waar getuigt Gina’s kortgeknipte hoofd anders van dan van haar ongezonde drang naar boetedoening? Het op zich nemen van een torenhoge schuld kan misschien verlichting brengen, denkt ze als een hedendaagse Sören Kierkegaard. En daar hoeft ze niet eens veel moeite voor te doen. Het ongeval waarbij haar ouders omkwamen had immers niet moeten gebeuren. Zij kwamen van een trouwfeest. De kleine Ina zou bij haar opa blijven slapen, maar het kind was zo lastig dat die dat niet zag zitten. Kom haar maar halen, zei hij. En dat waren ze aan het doen toen hun auto werd aangereden.

****

Prometheus, 351 blz., € 22,50.

NBD Biblion

J.J. Wolrich
Ina groeit op in een streng gereformeerd milieu in Zeeland bij haar opa en zijn twee ongetrouwde zussen, nadat haar ouders zijn verongelukt toen zij drie jaar oud was. Ze probeert als kind net zo gelovig te worden als haar oudtante Ma en trouw aan het geloof te zijn. Maar als ze opgroeit en in Leiden gaat studeren begint ze te twijfelen: moet ze het geloof volledig wegdoen? Ze maakt carrière als presentator bij een radioprogramma en verandert haar naam in Gina. Totdat haar relatie wordt verbroken en ze tijdelijk terug gaat naar Zeeland om haar ongeneeslijk zieke tante bij te staan. Haar plaats bij de radio wordt onmiddellijk ingepikt. In Zeeland wordt ze op zichzelf teruggeworpen en ontdekt ze wat ze ook verloren heeft. Het verhaal is boeiend geschreven in een prettige stijl en taalgebruik. Het verhaal wisselt steeds van perspectief tussen de jong opgroeiende Ina (ik persoon) en de volwassen Gina (derde persoon), waardoor je als lezer direct gegrepen wordt. Vierde roman van deze auteur (1979) die doorbrak met haar verfilmde debuut ‘Dorsvloer vol confetti’.